Vitamine B11 en B12 meten via de homocysteïnewaarde
Het lichaam heeft voldoende vitamines nodig om gezond te blijven en goed te kunnen functioneren. Elke vitamine heeft unieke eigenschappen. Belangrijke vitamines zijn vitamine B11 (foliumzuur) en vitamine B12. Deze twee werken nauw samen en zijn essentieel voor:
- De groei van het lichaam
- De aanmaak van witte en rode bloedcellen
- De opbouw van RNA en DNA
- Het normaliseren van de homocysteïnewaarde in het bloed
Een tekort aan vitamine B11 of B12 kan serieuze gezondheidsklachten veroorzaken. Toch wordt een tekort lang niet altijd direct herkend. De standaard bloedtest op B11 of B12 is niet altijd betrouwbaar. Een betere indicatie van een mogelijk tekort is het meten van de homocysteïnewaarde.
Wat is homocysteïne?
Homocysteïne is een niet-essentieel aminozuur dat het lichaam zelf aanmaakt uit methionine met behulp van enzymen. Normaal gesproken wordt homocysteïne in het lichaam snel afgebroken of omgezet. Voor deze omzetting zijn onder andere vitamine B11 en B12 nodig.
Bij een tekort aan deze B-vitamines lukt het niet om homocysteïne goed af te breken. Daardoor kan het gehalte in het bloed stijgen. Een verhoogd homocysteïnegehalte is in verband gebracht met:
- Verhoogd risico op hart- en vaatziekten (zoals een beroerte of hartinfarct)
- Neurologische problemen
- Botontkalking
- Alzheimer
Homocysteïne fungeert dan als een toxische stof die door het lichaam blijft circuleren en op termijn schade kan aanrichten.
Waarom homocysteïne meten?
De bloedwaarden van vitamine B11 en B12 kunnen zich binnen de normale marges bevinden, terwijl er toch sprake is van een functioneel tekort. De homocysteïnewaarde stijgt vaak al voordat er afwijkingen zichtbaar zijn in de vitaminewaarden zelf.
Het meten van homocysteïne is dus een betrouwbaardere methode om een tekort aan