10% korting ontvangen?
 
Alle persoonlijke kenmerken die in de DNA HEALTH CHECK worden onderzocht

Alle persoonlijke kenmerken die in de DNA HEALTH CHECK worden onderzocht

De DNA HEALTH CHECK van Perfect Lab brengt op basis van jouw DNA informatie in kaart, met als doel langer gezond blijven op basis van de kennis van je genen. Naast gevoeligheid voor medicijnen en aanleg voor bepaalde aandoeningen, worden ook vele persoonlijke kenmerken en eigenschapen (mede) bepaald door je DNA. Voor verschillende eigenschappen zoals lichaamsbouw, bepaalde uiterlijke kenmerken en karakter spelen meerdere soorten genen een rol en is het lastig om deze te voorspellen aan de hand van een DNA test.  Er zijn ook persoonlijke kenmerken waarbij slechts 1 of enkele genen een belangrijke rol spelen. Deze zijn eenvoudiger te voorspellen aan de hand van een DNA-test.

De DNA HEALTH CHECK brengt een aantal van deze persoonlijke kenmerken in kaart, die ontzettend interessant zijn en waarmee je meer over jezelf zult ontdekken. Hieronder lichten we toe welke persoonlijke kenmerken in de DNA HEALTH CHECK worden onderzocht en welke genen daarbij worden bestudeerd.

Alcohol-overgevoeligheid

Van meerdere genen is aangetoond dat ze een rol spelen bij de gevoeligheid voor alcohol. Het is dus mogelijk dat je op basis van genetische aanleg beter of juist slechter tegen alcohol kunt dan anderen in jouw omgeving. Aan de hand van de genen ADH en ALDH is een voorspelling te doen over jouw (over)gevoeligheid voor alcohol.

Alopecia androgenetica (haaruitval)

Een groot deel van alle mannen krijgt op een bepaalde leeftijd te alopecia androgenetica, oftewel haaruitval en kaalheid. Ook bij vrouwen komt dit voor, dit ontstaat meestal vanaf de menopauze. De oorzaak voor het ontstaan van alopecia androgenetica is nog niet volledig duidelijk, welk lijkt genetische gevoeligheid voor androgenen een rol te spelen. Duidelijk is dat hier meerdere genen een rol spelen waaronder AR, EDA2R en HDAC9. Op basis van je DNA kun je zien hoe groot de kans is dat jij kaal wordt.

Bittere-smaakperceptie

Het proeven van de smaak bitter in sterke of juist mindere mate kan mogelijk worden verklaard door genetische aanleg waarvoor het gen TASR38 verantwoordelijk is. Er bestaan als gevolg van mutaties verschillende varianten van de TASR38-recepter, welke bepalen of je bittere smaken proeft en in welke mate.

Fructose intolerantie (HFI)

Mensen met fructose intolerantie (HFI) worden geboren met afwijkingen in het fructose metabolisme. Bij het consumeren van fructoserijke producten ontstaan er ernstige klachten. De intolerantie wordt veroorzaakt door een tekort aan het enzym 30 aldolase-B, hierdoor ontstaan problemen met het verwerken van fructose. Genetische veranderingen op het ALDOB-gen zijn verantwoordelijk voor een tekort aan het aldolase B-enzym. Verschillende mutaties op het ALDOB-gen die kunnen leiden HFI.

Coeliakie

Bij coeliakie is er sprake van een afweerreactie tegen gluten in de darmen. Na het eten van voeding met gluten zoals brood, pasta of koekjes ontstaan er klachten. Bij ongeveer 1 op de 100 mensen wordt coeliakie vastgesteld. Bij het ontstaan van coeliakie kan erfelijke aanleg een rol spelen, het HLA-DQ-gen heeft de grootste invloed. Genetische variaties in het DNA zorgen voor verschillende varianten van het HLA-gen. Sterke risicofactoren voor coeliakie zijn de HLA-varianten DQ2.5, DQ2.2 en DQ8.  Niet iedereen met een verhoogde genetische aanleg ontwikkelt ook daadwerkelijk coeliakie. Maar wanneer er in het DNA geen hoog-risico variant van HLA wordt vastgesteld, kan coeliakie wel worden uitgesloten.

Norovirus-resistentie

Norovirussen zijn bestemettelijke virussen die kunnen zorgen voor een voedselinfectie met klachten zoals buikkramp, buikpijn en braken. Niet iedereen is gevoelig voor elk type van het virus, genen kunnen daarbij een rol spelen. Het FUT2 gen speelt een rol in norovirus resistentie. Bij aanwezigheid van dit gen, kun je een voorspelling doen over jouw resistentie tegen het virus. 

Omzettingssnelheid Cafeïne

Hoe snel cafeïne in het lichaam afbreekt verschilt per persoon. Gemiddeld duurt dit zo’n 3 tot 4 uur maar kan ook een stuk langer duren. Zo kan de ene persoon de hele kop koffie drinken en de ander niet. Ook zal de een moeite hebben met in slaap komen na het drinken van een kop koffie in de avond en de ander niet. Een oorzaak hiervoor kan het enzym CYP1A2 zijn. 95% procent van de afbraak van cafeïne loopt via het enzym, waardoor de omzettingssnelheid van cafeïne in het lichaam wordt bepaald door variaties van het CYP1A2-gen.

Lactose-intolerantie

Voor het verteren van Lactose, een melksuiker dat in zuivelproducten zoals yoghurt en melk zit, is het enzym lactase nodig. In geval van een lactose-intolerantie wordt dit enzym niet of niet voldoende aangemaakt. Lactose wordt hierdoor slecht verteerd en dit veroorzaakt klachten zoals buikpijn, diarree en winderigheid. De aanmaak van het enzym wordt beïnvloed door een DNA-variatie nabij het LCT-gen (MCM6). Op basis van je DNA is te voorspellen of sprake is van persoonlijke aanleg voor een Lactose-intolerantie.

Kans op rood haar

Rood haar kan grotendeels worden verklaard door genetische aanleg. Het melanocortine-1-receptero-gen (MC1R) speelt hier bij een rol. Van dit gen zijn verschillende DNA variaties bekend die invloed op de haarkleur kunnen hebben.

Snelle spiervezels

Genetische aanleg kan invloed hebben op de spiervezels en ervoor zorgen dat je juist sneller of trager bent dan anderen. Van het gen ACTN3 is bekend dat het van grote invloed is op de snelle spiervezels. Wanneer je geen functioneel ACTN3 gen hebt, dan heeft dit geen negatieve gevolgen voor de gezondheid maar kan er wel voor zorgen dat je minder snel bent en minder kracht hebt.

Trombofilie (neiging tot bloedstolling)

Bepaalde (zeldzame) mutaties in het DNA geven een verhoogd risico op trombofilie, waardoor ook de kans op trombose toeneemt. Genen die een rol spelen zijn onder andere F2, F5, SERPINC1, PROC en PROS1. Mutaties van die genen kunnen zorgen voor verstoring in het bloedstollingsproces en het risico op trombofolie vergroten.

Gevoeligheid voor SARS (2003)

Er zijn verschillende factoren die ervoor kunnen zorgen of je wel of niet ziekt wordt bij besmetting door een virus. In geval van het SARS virus lijken ook genetische factoren een rol te spelen. Genen die een rol kunnen spelen gevoeligheid voor SARS zijn AHSG, MX1, OAS1, MBL2 en CCL2.

Hemochromatose (ijzerstapeling)

Bepaalde DNA variaties zorgen voor een verhoogd risico op hemochromatose en hierdoor neemt de kans op ijzerstapeling in het lichaam toe. Het lichaam neemt bij hemochromatose te veel ijzer op uit voeding en kan het overschot niet afvoeren waardoor het wordt opgeslagen in organen. Mutaties op het HFE-gen zijn hiervoor de belangrijkste oorzaak. Veel Europeanen zijn drager van één van de 32 mutaties van dit gen.

Gevoeligheid voor pijn en stress

Hoe gevoelig je bent voor pijn en voor stress wordt in verband gebracht met een variatie op het COMT-gen. Deze zorgen voor een trager of juist sneller werkend COMT-enzym. In geval van een trager werkend enzym bestaat een hogere gevoeligheid voor pijn en stres. Bij een sneller werkend enzym is sprake van een hogere pijngrens en meer stressbestendigheid.

Doe de vitamine check

Weet wat je lichaam echt nodig heeft, doe nu de vitamine check en leer meer over wat er bij jouw leefstijl past. Meten is weten en voorkomen is beter dan genezen.

Telefonisch consult + supplement advies