Wat vertellen je bloedwaardes?
We worden allemaal ieder jaar één jaar ouder. Toch betekent dezelfde kalenderleeftijd niet automatisch dat het lichaam van twee mensen zich biologisch in dezelfde fase bevindt. Processen zoals de bloedsuikerregulatie, ontstekingsactiviteit, nierfunctie, immuunfunctie en stofwisseling kunnen tussen mensen verschillen.
Daarom wordt binnen onderzoek naar longevity steeds meer gekeken naar biomarkers die iets vertellen over processen die samenhangen met gezond ouder worden. Niet alleen de vraag hoe oud word je? staat daarbij centraal, maar vooral: hoe blijf je zo lang mogelijk gezond en vitaal?
Één van de manieren om hiernaar te kijken is de biologische leeftijd. Hiervoor kunnen verschillende bloedwaarden worden samengebracht in een berekening die jouw biologische functioneren vergelijkt met je kalenderleeftijd.
Maar wat houden longevity en biologische leeftijd precies in? En welke bloedwaarden kunnen inzicht geven in de processen die een rol spelen bij gezond ouder worden?
In het kort
- Longevity gaat niet alleen over langer leven, maar vooral over zo lang mogelijk gezond en vitaal blijven.
- Je kalenderleeftijd vertelt hoeveel jaar je leeft; biologische leeftijd probeert inzicht te geven in hoe het lichaam biologisch functioneert.
- Mensen met dezelfde kalenderleeftijd kunnen verschillen in biologische veroudering.
- Bloedwaarden kunnen informatie geven over verschillende processen die samenhangen met gezond ouder worden.
- Phenotypic Age combineert kalenderleeftijd met negen klinische biomarkers tot een schatting van de fenotypische/biologische leeftijd.
- Andere biomarkers kunnen aanvullend inzicht geven in onder andere ontsteking, oxidatieve stress, cardiovasculaire gezondheid en metabole processen.
- Eén biomarker vertelt nooit het hele verhaal; veroudering is een complex proces waarbij veel systemen betrokken zijn.
Wat betekent longevity?
Longevity betekent letterlijk levensduur. Binnen gezondheid en preventie wordt het begrip echter breder gebruikt. Het gaat niet alleen om zoveel mogelijk levensjaren, maar vooral om het verlengen van de periode waarin iemand gezond en functioneel blijft: de zogenaamde healthspan.
Daarbij wordt gekeken naar factoren die gedurende het leven invloed hebben op de gezondheid, zoals voeding, beweging, slaap, lichaamssamenstelling, roken, alcoholgebruik en metabole gezondheid.
Dat maakt longevity geen momentopname of één specifieke test. Het is juist een brede manier van kijken naar gezond ouder worden.
Biomarkers kunnen binnen die benadering interessant zijn omdat ze meetbare informatie geven over verschillende fysiologische processen. Veroudering is namelijk niet één afzonderlijk proces en er bestaat daarom ook niet één bloedwaarde die bepaalt hoe ‘goed’ iemand veroudert. Onderzoek naar biomarkers van veroudering kijkt juist naar meerdere biologische en fysiologische domeinen.
Kalenderleeftijd versus biologische leeftijd
Je kalenderleeftijd, ook wel chronologische leeftijd genoemd, is eenvoudig: het aantal jaren sinds je geboorte. Daar verandert niets aan.
Biologische leeftijd is een ander concept. Hiermee wordt geprobeerd in kaart te brengen hoe het lichaam biologisch functioneert in verhouding tot die kalenderleeftijd.
Twee mensen van bijvoorbeeld 50 jaar kunnen dezelfde kalenderleeftijd hebben, terwijl hun metabole gezondheid, ontstekingsactiviteit, nierfunctie en bloedwaarden sterk van elkaar verschillen. Onderzoek naar biologische leeftijd probeert dergelijke verschillen meetbaar te maken.
Daarvoor bestaan verschillende methoden. Sommige modellen kijken bijvoorbeeld naar DNA-methylatie, terwijl andere gebruikmaken van klinische biomarkers uit bloed. Er bestaat dus niet één universele methode om biologische leeftijd vast te stellen.
Een bekende methode die gebruikmaakt van bloedwaarden is Phenotypic Age.
Wat is Phenotypic Age?
Phenotypic Age is ontwikkeld door Levine en collega’s en is een samengestelde maat die kalenderleeftijd combineert met negen klinische biomarkers.
De onderzoekers selecteerden deze biomarkers uit een grotere groep omdat de combinatie informatie gaf over verschillen in gezondheid en sterfterisico tussen mensen van dezelfde kalenderleeftijd. De uiteindelijke berekening vertaalt het gecombineerde biomarkerprofiel naar een leeftijdswaarde.
De negen bloedwaarden zijn:
- albumine;
- creatinine;
- glucose;
- hs-CRP;
- leukocyten;
- lymfocytenpercentage;
- MCV;
- RDW;
- alkalische fosfatase.
Daarnaast wordt de kalenderleeftijd meegenomen in de formule. De uitkomst kan vervolgens naast de werkelijke leeftijd worden gelegd. Een lagere Phenotypic Age betekent dat het gecombineerde biomarkerprofiel overeenkomt met dat van een gemiddeld jongere leeftijd binnen het oorspronkelijke model; een hogere uitkomst wijst op het tegenovergestelde.
Belangrijk is dat Phenotypic Age geen diagnose en geen letterlijke meting van hoe oud je organen of cellen zijn is. Het is een berekende maat op basis van een specifiek wetenschappelijk model.
Welke bloedwaarden bepalen de Phenotypic Age?
Het interessante aan de berekening is dat de afzonderlijke biomarkers informatie geven over verschillende fysiologische processen.
Albumine
Albumine is het meest voorkomende eiwit in het bloed en wordt geproduceerd door de lever. Het vervult onder andere een belangrijke transportfunctie. Binnen Phenotypic Age is albumine één van de markers die bijdraagt aan het samengestelde beeld van de algemene fysiologische toestand. De waarde kan onder andere worden beïnvloed door voedingstoestand, leverfunctie, nierfunctie en ontstekingsprocessen.
Creatinine
Creatinine ontstaat bij de normale stofwisseling van spieren en wordt voornamelijk via de nieren uitgescheiden. De concentratie in het bloed wordt daarom veel gebruikt bij het beoordelen van de nierfunctie. De nierfunctie kan veranderen met het ouder worden en vormt binnen Phenotypic Age één van de fysiologische domeinen die wordt meegenomen.
Glucose
Nuchtere glucose geeft informatie over de hoeveelheid glucose die op dat moment in het bloed aanwezig is. De regulatie van glucose is een belangrijk onderdeel van de metabole gezondheid. Langdurige verstoringen in de glucosehuishouding hangen samen met verschillende chronische aandoeningen en zijn daarom relevant binnen onderzoek naar gezond ouder worden.
hs-CRP
CRP is een eiwit dat door de lever wordt geproduceerd en stijgt bij ontstekingsactiviteit. Met een hoogsensitieve CRP-bepaling kunnen ook relatief lage concentraties worden gemeten. Binnen longevity is dit interessant omdat chronische laaggradige ontstekingsactiviteit een veel onderzocht onderdeel van biologische veroudering is.
Een verhoogde hs-CRP-waarde vertelt overigens niet waardoor de ontstekingsactiviteit wordt veroorzaakt. Ook bijvoorbeeld een infectie of andere tijdelijke ontstekingsreactie kan de waarde beïnvloeden.
Leukocyten
Leukocyten zijn de witte bloedcellen en vormen een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem. Het totale aantal leukocyten is één van de biomarkers binnen de Phenotypic Age-formule en draagt daarmee bij aan het beeld van de immuun- en ontstekingsstatus.
Lymfocytenpercentage
Lymfocyten zijn een subtype van de witte bloedcellen en spelen een belangrijke rol binnen de specifieke afweer.
MCV
MCV staat voor Mean Corpuscular Volume en geeft de gemiddelde grootte van de rode bloedcellen weer. De waarde wordt normaal gesproken gebruikt als onderdeel van het bloedbeeld en kan onder andere informatie geven over de bloedaanmaak.
RDW
RDW staat voor Red Cell Distribution Width en geeft aan hoeveel variatie er bestaat in de grootte van rode bloedcellen. Een hogere RDW is in verband gebracht met verschillende gezondheidsuitkomsten en is eveneens opgenomen in de Phenotypic Age-berekening.
Alkalische fosfatase
Alkalische fosfatase, vaak afgekort als AF, is een enzym dat onder andere voorkomt in de lever, galwegen en botten. Ook deze waarde bleek binnen het oorspronkelijke model aanvullende informatie te leveren en vormt daarom één van de negen biomarkers.
Wat zegt één biologische leeftijd eigenlijk?
Het kan aantrekkelijk zijn om de uitslag terug te brengen tot één getal: “Ik ben 45, maar biologisch 39.” Toch is juist de informatie achter dat getal belangrijk.
Phenotypic Age brengt meerdere fysiologische signalen samen. Daardoor kan het interessant zijn om niet alleen naar de eindscore te kijken, maar ook naar de afzonderlijke waarden die eraan bijdragen.
Bovendien kunnen bloedwaarden veranderen. Voeding, lichaamsgewicht, beweging, ziekte, medicatie en andere leefstijl- en gezondheidsfactoren kunnen invloed hebben op verschillende biomarkers. In onderzoek naar Phenotypic Age blijken gedrags- en omgevingsfactoren ook samen te hangen met verschillen in fenotypische veroudering. Een biologische leeftijd is daarom geen vaststaand kenmerk en kan gedurende je leven veranderen.
Van biologische leeftijd naar longevity
Hier zit ook het belangrijke verschil tussen biologische leeftijd en longevity. Biologische leeftijd probeert verschillende signalen samen te vatten tot een maat voor biologische veroudering. Longevity kijkt breder naar de processen en factoren die van belang zijn om gedurende het leven gezond te blijven.
Daarom kunnen naast de biomarkers van Phenotypic Age ook andere bloedwaarden interessant zijn wanneer je bepaalde processen verder wilt onderzoeken. Bij Perfect Lab kunnen binnen een bredere longevity-benadering onder andere de volgende markers aanvullend worden onderzocht:
| Marker | Waar geeft deze marker informatie over? |
|---|---|
| hs-CRP | Laaggradige ontstekingsactiviteit |
| Fibrinogeen | Bloedstolling en ontstekingsactiviteit |
| Geoxideerd LDL (oxLDL) | Oxidatieve modificatie van LDL-deeltjes |
| Albumine | Eiwitstatus en verschillende algemene fysiologische processen |
| TNF-α | Ontstekingssignalering |
| BSE | Algemene ontstekingsactiviteit |
| Interleukine-6 (IL-6) | Ontstekingssignalering |
| Glutathion | Antioxidatieve verdediging |
| Co-enzym Q10 (CoQ10) | Een lichaamseigen stof die betrokken is bij de mitochondriale energieproductie |
| Methylmalonzuur (MMA) | Functionele marker die onder andere wordt gebruikt bij de beoordeling van de vitamine B12-status |
| Cystatine C | Marker voor nierfunctie |
Deze waarden vormen niet samen één gevalideerde ‘longevity-score’. Ze geven informatie over afzonderlijke processen die relevant kunnen zijn binnen het bredere onderwerp gezond ouder worden.
Ontsteking en longevity
Een belangrijk thema binnen onderzoek naar veroudering is chronische laaggradige ontstekingsactiviteit. Hiervoor wordt ook wel de term inflammaging gebruikt: een combinatie van inflammation (ontsteking) en aging (veroudering). Hiermee wordt de geleidelijke toename van laaggradige ontstekingsactiviteit bedoeld die vaak wordt gezien bij het ouder worden. Deze aanhoudende ontstekingsactiviteit kan invloed hebben op weefsels en verschillende lichaamsprocessen en wordt in onderzoek in verband gebracht met leeftijdsgerelateerde achteruitgang en aandoeningen.
Daarom kunnen markers zoals hs-CRP, IL-6, TNF-α, fibrinogeen en BSE verschillende kanten van ontstekingsactiviteit belichten. Ze zijn echter niet specifiek voor veroudering. Een afwijkende waarde kan tal van andere oorzaken hebben en moet daarom altijd in context worden geïnterpreteerd.
Oxidatieve stress en antioxidatieve bescherming
Bij normale stofwisselingsprocessen ontstaan reactieve zuurstofverbindingen. Het lichaam beschikt over verschillende antioxidatieve systemen om hiertegen bescherming te bieden.
Binnen een longevity-profiel kunnen bijvoorbeeld glutathion en CoQ10 worden bekeken. Geoxideerd LDL (oxLDL) is LDL-cholesterol dat door oxidatieve processen in het lichaam is veranderd. Een hogere hoeveelheid geoxideerd LDL kan ongunstig zijn voor de bloedvaten.
Nierfunctie
De nieren spelen een belangrijke rol bij het filteren van het bloed en uitscheiden van afvalstoffen. Naast creatinine kan cystatine C worden bepaald als aanvullende marker van de nierfunctie. Dit is een klein eiwit dat voortdurend door vrijwel alle lichaamscellen wordt aangemaakt en via de nieren uit het bloed wordt gefilterd.
Kun je biologische veroudering beïnvloeden?
Je kalenderleeftijd kun je uiteraard niet veranderen. Veel factoren die samenhangen met gezondheid tijdens het ouder worden zijn echter niet volledig vastgelegd.
Beweging, voeding, slaap, roken, alcoholgebruik en lichaamssamenstelling kunnen invloed hebben op verschillende aspecten van de metabole en cardiovasculaire gezondheid en op verschillende bloedwaarden.
Dat betekent niet dat één voedingsmiddel, supplement of leefstijlinterventie je ineens ‘jonger’ maakt. Gezond ouder worden is het resultaat van een samenspel van factoren.
Juist daarom kan het interessant zijn om over tijd naar biomarkers te kijken: niet alleen “wat is mijn getal?”, maar ook “hoe ontwikkelen mijn waarden zich?”
Biologische leeftijd en longevity via bloedonderzoek bij Perfect Lab
Wil je specifiek weten hoe jouw bloedwaarden zich vertalen naar een berekende biologische leeftijd? Dan is de Biologische Leeftijd Check van Perfect Lab het meest passend. Hierbij worden de biomarkers onderzocht die nodig zijn voor de berekening van Phenotypic Age: albumine, creatinine, nuchtere glucose, hs-CRP, leukocyten, lymfocytenpercentage, MCV, RDW en alkalische fosfatase.
Deze waarden worden samen met je kalenderleeftijd verwerkt in de Phenotypic Age-formule. Zo krijg je zowel inzicht in de afzonderlijke bloedwaarden als in de berekende fenotypische leeftijd.
Bloed Health Check met longevity-markers
Wil je juist breder kijken naar processen die relevant zijn voor gezond ouder worden, dan kan de Bloed Health Check als uitgangspunt worden gebruikt.
Hierbij kunnen longevity-gerelateerde markers worden toegevoegd, zoals hs-CRP, fibrinogeen, geoxideerd LDL, albumine, TNF-α, BSE, IL-6, glutathion, CoQ10, methylmalonzuur en cystatine C.
Daarmee krijg je geen afzonderlijke biologische leeftijdsscore, maar kun je verschillende processen rondom onder andere ontsteking, oxidatieve balans, nierfunctie, metabole en cardiovasculaire gezondheid uitgebreider bekijken.
Kort gezegd:
Wil je één berekende biologische leeftijd? Kies dan de Biologische Leeftijd Check.
Wil je verschillende processen rondom longevity uitgebreider onderzoeken? Kies dan de Bloed Health Check met aanvullende longevity markers.
Wanneer is het verstandig om naar de huisarts te gaan?
Een longevity- of biologische-leeftijdsonderzoek is bedoeld om inzicht te geven in specifieke biomarkers en vervangt geen medische diagnostiek.
Bij ernstige of aanhoudende klachten, sterk afwijkende bloedwaarden of wanneer er sprake is van een medische aandoening is het belangrijk om contact op te nemen met de huisarts of behandelend arts.
Conclusie
Longevity en biologische leeftijd zijn nauw met elkaar verbonden, maar betekenen niet hetzelfde. Longevity draait om het bredere vraagstuk van gezond en vitaal ouder worden. Biologische leeftijd probeert een deel daarvan meetbaar te maken door biologische informatie te vergelijken met je kalenderleeftijd.
Met Phenotypic Age worden negen klinische biomarkers en de kalenderleeftijd samengebracht in één berekening. Daarmee ontstaat een schatting die verschillen in fysiologische gezondheid tussen mensen van dezelfde leeftijd kan weerspiegelen.
Andere bloedwaarden kunnen vervolgens aanvullende informatie geven over processen zoals ontstekingsactiviteit, oxidatieve balans, nierfunctie en metabole gezondheid.
Je kalenderleeftijd staat vast, maar hoe jouw lichaam ouder wordt is een ander verhaal. Met inzicht in je biologische leeftijd en relevante longevity-markers krijg je beter inzicht in de processen die samenhangen met gezond en vitaal ouder worden.
Veelgestelde vragen over longevity en biologische leeftijd
Wat is het verschil tussen kalenderleeftijd en biologische leeftijd?
Je kalenderleeftijd is het aantal jaren sinds je geboorte. Biologische leeftijd is een berekende of geschatte maat die probeert inzicht te geven in hoe het lichaam biologisch functioneert ten opzichte van die kalenderleeftijd.
Wat is Penotypic Age?
Phenotypic Age is een wetenschappelijk ontwikkeld model waarbij negen klinische biomarkers en kalenderleeftijd worden gecombineerd tot een maat voor biologische leeftijd. Het model is ontwikkeld om verschillen in gezondheid en mortaliteitsrisico tussen mensen van dezelfde chronologische leeftijd beter te kunnen onderscheiden.
Welke bloedwaarden worden gebruikt voor Phenotypic Age?
Albumine, creatinine, glucose, CRP, leukocyten, lymfocytenpercentage, MCV, RDW en alkalische fosfatase worden samen met kalenderleeftijd gebruikt om de Phenotypic Age te berekenen.
Kan mijn biologische leeftijd veranderen?
Omdat Phenotypic Age deels wordt berekend uit bloedwaarden die kunnen veranderen, kan ook de berekende uitkomst in de loop van de tijd veranderen.
Is een lagere biologische leeftijd altijd beter?
Binnen het Phenotypic Age-model wordt een lagere waarde ten opzichte van de kalenderleeftijd doorgaans als gunstiger geïnterpreteerd. De uitkomst blijft echter een statistische schatting en moet samen met de afzonderlijke biomarkers en persoonlijke situatie worden bekeken.
Disclaimer
Deze informatie is bedoeld als algemene gezondheidsinformatie en vervangt geen medisch advies. Heb je ernstige, plotselinge of aanhoudende klachten, of twijfel je over je gezondheid? Neem dan contact op met je huisarts of behandelend arts. Een test van PerfectLab geeft inzicht in specifieke waarden, maar stelt geen diagnose.
Bronnen
Franceschi, C., Garagnani, P., Parini, P., Giuliani, C., & Santoro, A. (2018). Inflammaging: a new immune–metabolic viewpoint for age-related diseases. Nature Reviews Endocrinology, 14(10), 576–590. https://doi.org/10.1038/s41574-018-0059-4
Kliuchnikova, A. A., Ilgisonis, E. V., Archakov, A. I., Ponomarenko, E. A., & Moskalev, A. A. (2024). Proteomic Markers of Aging and Longevity: A Systematic Review. International journal of molecular sciences, 25(23), 12634. https://doi.org/10.3390/ijms252312634
Levine, M. E., Lu, A. T., Quach, A., Chen, B. H., Assimes, T. L., Bandinelli, S., Hou, L., Baccarelli, A. A., Stewart, J. D., Li, Y., Whitsel, E. A., Wilson, J. G., Reiner, A. P., Aviv, A., Lohman, K., Liu, Y., Ferrucci, L., & Horvath, S. (2018). An epigenetic biomarker of aging for lifespan and healthspan. Aging, 10(4), 573–591. https://doi.org/10.18632/aging.101414
Liu, Z., Kuo, P., Horvath, S., Crimmins, E., Ferrucci, L., & Levine, M. (2019). Correction: A new aging measure captures morbidity and mortality risk across diverse subpopulations from NHANES IV: A cohort study. PLoS Medicine, 16(2), e1002760. https://doi.org/10.1371/journal.pmed.1002760